Posts tagged: website

Facebook? Vind ik leuk! Kom, geef maar toe…

Is het bij gebrek aan beter? Je mag hopen van niet. Er zijn immers heel wat belangrijkere thema’s om over te debatteren of te pennen. Maar je kan er in de krant en op TV nu eenmaal niet naast kijken. Bijna dagelijks is er wel een journalist die, al dan niet kritisch, z’n licht laat schijnen over sociale media en wat ze met u en mij ‘doen’. Alsof die sociale netwerken een eigen wil hebben… Niet dus. Toch niet volgens ons. Sociale media zijn voor, en vooral, door u en ik. Het is des mensen. Zo ook voyeurisme en exhibitionisme.

- “Papa, wat is het internet?”
Paps denkt na… Stilte…
- “Hmm, is dat niet dat ding waarop Facebook werkt?” antwoordt pa zijn zoon.

Een jaar geleden vonden we dat nog een leuke cartoon. Grappig. Maar wordt die spotprent niet met rasse schreden werkelijkheid? Hoe zit het binnen enkele jaren? Wat is dan de verhouding tussen sleutelfiguren Facebook, Google en het internet waarop beiden ‘marcheren’?

In een DutchCowboys.nl-artikel wijst Dominique Dewitte ons alvast op een analyse van een zekere Ben Elowitz (bedrijf: Wetpaint). Daarin staat onder andere te lezen dat alle tijd die u en ik op het web doorbrengen beetje bij beetje wordt opgeslokt door gigant ‘Facebook’. En dat uiteraard ten koste van andere sites, blijkt uit de analyse, aldus Dewitte.

Eigenlijk is er niets nieuws onder de zon.
Zo herinner ik me dat we slechts enkele jaren geleden ons met z’n allen de vraag stelde hoe het zat met dat steeds groter wordende Google. Of ze niet teveel van ons wisten? Of dat nog wel ‘gezond’ was, een privaat bedrijf met zoveel macht en invloed? Ook toen al viel het woord ‘privacy’ te pas en te onpas. Anno 2011 blijven die zorgen en vragen bij heel wat mensen overeind. Alleen verhuisde hun aandacht van Google naar Facebook. Read more »

E-mail marketing: een nieuwsbrief die scoort, is meer dan alleen tekst.

Alle gevoerde onderzoeken zijn het erover eens: e-mailberichten, voorzien van een of meerdere sociale mediatoepassingen, scoren beter. Lezers klikken vaker op links in uw e-mailbericht en zijn sneller geneigd om inhoud uit uw nieuwsbrief meteen te delen met hun eigen kennissenkring, binnen hun favoriete netwerksite. Dat is een logisch vervolg op wat we al wisten: een e-mailbericht dat gevarieerd en interactief is, scoort beter.

Rotswandschilderingen in Lascaux (Frankrijk)

Uw publiek verkiest afbeeldingen boven tekst.
Dit weetje is zo oud als de mensheid zelf. Want was het eerste dat de oermens op de muur kladde, bijvoorbeeld in Lascaux? Een saaie roman met alleen maar tekst of tot de verbeelding sprekende afbeeldingen? En vanwaar komt onze zogenaamde beeldspraak en waarom doen we er nog dagelijks beroep op? En is het toeval dat ‘Het Laatste Nieuws’ veel en grote foto’s gebruikt, en sinds jaar en dag de best verkochte krant is (opm.: natuurlijk niet enkel en alleen omwille van de foto’s)? Afbeeldingen maken onze teksten aangenaam, ze illustreren en amuseren, ze informeren en geven een sfeer mee.

Uw publiek klikt graag. Geef ze de kans.
Niemand houdt van saaie dingen. Waarom is uw e-mailbericht dan zo doods? Read more »

Gepersonaliseerde Facebook fanpagina’s?

De laatste weken rijzen de gepersonaliseerde Facebook fanpagina’s als paddenstoelen uit de grond. Maar waarborgen ze meer succes? Is zo’n op maat gemaakte welkomstpagina binnen een Facebook fanpagina een ‘must’? Ook voor kleine en middelgrote ondernemingen (K.M.O.)?

Wat bedoelen we met ‘gepersonaliseerde fanpagina’?
De sociale netwerkwebsite Facebook is al lang geen zaak meer van enkel en alleen privépersonen. Talrijke bedrijven, organisaties, merken en persoonlijkheden maken gebruik van een Facebook fanpagina of Facebook groep om in contact te komen met hun publiek. Sinds 2009 kan men zo’n fanpagina voorzien van een op maat gemaakte welkomstpagina. Daar waar u voordien bijvoorbeeld terechtkwam op het zogenaamde Prikbord (de plaats waar alle berichten van het bedrijf/merk en reacties van fans te zien zijn, in het Engels: ‘Wall’), belandt u voortaan op een door het bedrijf of merk zelf aangemaakte pagina. Zo’n ‘welkomstpagina’ lijkt in de meeste gevallen op een heuse ‘Home’-pagina van een website, inbegrepen navigatie (menu met ‘knoppen’), mogelijkheid tot het inschrijven op de nieuwsbrief, enzovoort. Hoe u een dergelijke pagina (ook wel landingspagina genoemd) voor uw Facebook fanpagina moet aanmaken, behandelen we in dit artikel niet. Wel stellen we onszelf en u de vraag: biedt dit een meerwaarde voor de KMO die actief is op Facebook? Is het de moeite waard?

Dirk Demeersman Facebook fanpagina prikbord

Facebook fanpagina internationaal springruiter Dirk Demeersman met 'Prikbord'

Nespresso Facebook fanpagina

Facebook fanpagina Nespresso met gepersonaliseerde welkomstpagina

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

Wel of geen gepersonaliseerde Facebook fanpagina?
Zoals steeds zijn er voor- en tegenstanders. De meest overtuigde voorstanders voorspellen een ‘website-loos’ wereldwijd web. Zij geloven dat het belang van sociale mediakanalen verder zal toenemen. Bijgevolg zou de aanwezigheid op platformen zoals Facebook heel wat belangrijker worden dan het hebben van een eigen website. En dit onder het aloude motto: wees daar waar uw doelgroep al is. Dus zou een op maat gemaakte welkomstpagina (landingspagina), volledig aangepast aan uw huisstijl / website, de kers op de taart zijn van uw Facebook fanpagina.

Tegenstanders bekijken met argusogen hoe, volgens hen, heel wat bedrijven / merken zich voor wat hun online communicatie betreft afhankelijk maken van websites zoals Facebook. Trouwens, hoe groot het aantal Belgische gebruikers ook is, online enkel communiceren via netwerken zoals Facebook, blijft een beperking. Want wie (nog) geen profiel voor zichzelf heeft aangemaakt, kan geen fan worden en niet reageren of een vraag stellen op uw bedrijfspagina op Facebook. Kortom, dan is er geen ‘contact’ mogelijk. Dus gebruikt u best enkel sociale netwerken als een aanvulling op uw eigen online communicatie (eigen website, e-mail marketing,…).

Dialoog is belangrijker dan verpakking.
Een gepersonaliseerde welkomstpagina op uw Facebook bedrijfspagina aanmaken, behoort tot het takenpakket van de webdesigner. Maar het is de job van de communicatieverantwoordelijke om zich af te vragen wat het beste is voor zijn of haar Facebook fanpagina. Zou een op maat gemaakte welkomstpagina het verschil maken? Voor een bedrijf als BMW, Coca-Cola en Apple, ja natuurlijk! Maar ook voor de Facebook pagina van een KMO? We betwijfelen het.

Marketingverantwoordelijken zwaaien graag met studies en onderzoekresultaten terwijl ze dure woorden zoals ‘conversie’ in de mond nemen. Maar wat is de essentie bij de online communicatie van een bedrijf / merk? Dialoog. Interactie. Een persoonlijke, rechtstreekse band tussen verkoper en koper, tussen leverancier en klant. Een prachtig ingericht huis is niet gezellig zolang de bewoners het niet gezellig ‘maken’ én houden. We zien het vaak. Men start een Facebook pagina op en… Daarna blijft het stil…

Beste Belgische bedrijfsleider, leer eerst stappen en dan pas lopen. Zorg ervoor dat u meer doet dan enkel “op Facebook zijn”. Wees interactief met uw doelgroep. Begin al eens met uw Facebook prikbord (‘wall’) open te stellen voor rechtstreekse berichten / reacties van uw fans. Stel vragen, luister naar je fans. Geef ze een meerwaarde door tips, nieuwtjes en antwoorden op hun vragen en verzuchtingen. En denk dan pas aan het verder verfraaien van je Facebook bedrijfspagina.

Draai de knop in uw hoofd om! Voortaan is het allerbelangrijkste de dialoog, niet de verpakking.

“Twitter kan uw gezondheid schaden.” Pardon?

Op 2 november publiceerden we hier op onze bedrijfsblog het artikel ‘Debat sociale media wordt gehinderd door stoorzenders (deel 1)’, waarin we stelden dat u in de (klassieke) media zoals TV en kranten vaak onvolledige, onjuiste en gekleurde informatie over sociale media krijgt.  Vandaag doet De Standaard op haar website onze stelling alle eer aan met hun artikel ‘Twitter kan uw gezondheid schaden’.  Klinkt onrustwekkend, niet?  En dat is het ook.  Voor hen.  Want klassieke media beseffen nog steeds niet goed waar de klepel hangt…

Waar blijft de onderbouwde journalistiek?
We weten niet hoe het met u zit, maar wij verwachten van redacteurs bij een zogeheten kwaliteitskrant onderbouwde (onderzoeks)journalistiek en bij momenten visionaire artikels.  Hoe onderscheidt een dergelijke krant zich anders nog in het huidige medialandschap?  Als ik tendentieuze, gratuite artikels wens, met ‘catchy’ titels kan ik me evengoed tot de door beroepsjournalisten vaak verguisde ‘burgerjournalistiek’ wenden.

Maar neen, niet De Standaard, of toch niet als het over online media en in het bijzonder sociale media gaat.  Zo is dit zeker niet de eerste keer dat zij een ietwat gekleurde mening – in dit geval over de microblogdienst Twitter – als een nieuwsfeit aan de man brengt.  De gebeurtenissen die men in het artikel opsomt, kunnen correct zijn.  Maar de redacteur draagt met zulke reeks van eenzijdige voorbeelden, bewust of onbewust, bij tot de recente, negatieve stemmingmakerij rondom online netwerken welke we trouwens herkennen van bij andere mediabedrijven.  Overlopen we samen de meest markante zinsneden?

“Twitter… oeverloos geëmmer… betekenisloos gekwetter, genre ‘ik ga nu een broodje eten’, of ‘doet deugd, zo’n douche’… zo overbodig… “

Klopt!  En dan, beste auteur?  Is dat dan zoveel anders in het dagelijks, offline leven?  Is daar iedere zin, ieder stukje aan info dat u met andere mensen deelt, een waardevol item, te bewaren voor het nageslacht?  Natuurlijk niet.  Het internet is een kopij (weerspiegeling) van ons dagelijks leven! U lult wat af op een dag, met familie, vrienden en collega’s.  Het betreft daarom nog niet allemaal encyclopedisch materiaal.  Akkoord?  Waarom mag zich dit dan niet voordoen op Twitter?  En is daarom Twitter meteen en onomkeerbaar een voor u nutteloos communicatiekanaal?

Is elk telefoongesprek onmisbaar, elke e-mail waardevol?  Is elk TV-programma van onschatbare waarde, elk gesprek dat u voert tijdens een lunch?  Waarom moet een, en let nu goed op, communicatiemiddel als Twitter daarop de uitzondering zijn?

“De site (Twitter dus) wordt tegenwoordig gebruikt om volksopstanden aan te wakkeren (Iran, Moldavië), om verkiezingspropaganda te verspreiden, om roddelnieuwtjes de wereld in te sturen en om de aandacht te trekken…”

Is dit een volledig beeld dat u schetst?  Werkelijk?  Iemand die niets van Twitter kent – een groep waartoe we u ook moeten rekenen, vrees ik – en zoiets leest, geeft het ding zelfs geen minuut de kans om z’n mogelijk nut te bewijzen.  Nogmaals, Twitter is momenteel een van de honderden online communicatiemiddelen die voor handen zijn.  Communicatie!  Begrepen?  En ja, democratie, meerderheid, oppositie, terroristen, politie, roddeltantes en aandachtstrekkers, allemaal communiceren ze, dus ook via Twitter.  Maar merkte u ook op dat heel wat waardevol nieuws te rapen valt tussen al dat ‘oeverloos geëmmer’ door?  Gebruikte u ook de zoekmachine van Twitter, op zoek naar gelijkgestemden, benieuwd naar onderwerpen die u wel interesseren of iets kunnen bijleren?  En volgde u die personen?  Trad u ermee in dialoog? We durven het te betwijfelen wanneer we uw artikel lezen en de gemiddelde tijdsdruk op redacties kennen.  Neen, het was heel wat makkelijker met die snel op het wereldwijde web gevonden voorbeelden van slecht afgelopen Twitter verhalen, triviale gebeurtenissen die ‘dankzij’ Twitter telkens “de wereldpers haalden”

“Twitter is een machtig communicatiewapen geworden, dat mensen en hun projecten kan maken of kraken.”

Klopt!  Welkom in de wereld van razendsnelle mond-tot-mondreclame! Wie goed doet, goed krijgt, wie slecht doet, wordt in ’t ergste geval op enkele minuten tijd door de virtuele gehaktmolen gedraaid.  Iets op tegen?  Waarom?  Trouwens, laat ons niet hypocriet zijn!  Was en is de krant dat dan nooit, een machtig communicatiewapen dat mensen kan maken of kraken?  …  …  Denk rustig na alvorens u hierop antwoord geeft… De tong is een van de scherpste wapens, de pen vaak nog meer.  Jullie eigen De Standaard reclames van enkele jaren geleden, zijn daarvan een prachtige uitbeelding, of vergissen we ons?

Klassieke media reageerden te laat.
De reden voor de vaak subjectieve berichtgeving over die ‘nieuwe’ online media moet elders worden gezocht.  Niettegenstaande de klassieke media de bui van ver zagen aankomen, anticipeerde men niet snel genoeg op de wijziging van drager.  Want meer is er niet aan de hand.  Niet de honger naar nieuws en informatie verkleinde, de ‘drager’, de manier waarop die inhoud tot bij de mensen komt, wijzigde. Men zou die verschuiving kunnen vergelijken met de crisis die de muziekindustrie enkele jaren geleden trof.  De vraag naar muziek bleef gelijk, de drager wijzigde van CD’s naar internet.  Ook toen, in de muzieksector, bleef men verder dansen op het nochtans zinkende schip. Maar zoiets toegeven, zou gelijkstaan aan een bepaalde vorm van wanbeheer bekennen.  En welke CEO kan zich zulk ‘mea culpa’ veroorloven, zeg nu zelf.

Gedrukte pers beleeft moeilijke tijden.
Het gevecht om de adverteerder werd dus zeker niet makkelijker.  Bepalend is het aantal lezers dat een krant weet te lokken.  En met dat feit op zich heeft De Standaard geen probleem. En terecht. Maar in een tijdperk waarin de adverteerder ontelbaar veel goede redenen heeft om z’n budget te verschuiven van papier naar internet, is het voor ‘print’ (de gedrukte pers) dubbel zo hard opletten geblazen. Op talrijke internationale en nationale redacties leerde men tijdens de voorbije maanden deze problematiek proefondervindelijk.  Geen wonder dat online media niet overal met open armen wordt ontvangen.

Klassiek media samen met, of tegen, online media?
Want het is een publiek geheim dat niet iedereen binnen de klassieke media weet van welk hout pijlen te maken, als ’t gaat over de oprukkende online mediakanalen.  Vooral bij de gedrukte pers heerst er argwaan, twijfel en soms angst, bijvoorbeeld ten aanzien van zoekmachine Google, die met alle inhoud, hun bloed, zweet en tranen, lijkt te gaan lopen en ten aanzien van sociale media zoals Twitter en Facebook die de oppervlakkigheid en snelheid van nieuws verergeren. Een tegenstrijdigheid, niet?  Want zoals eerder aangehaald, verwacht je van een kwaliteitskrant onder andere visie en onderzoek…

Online netwerken kunnen bijdragen tot het succes van offline media.
Sociale media zijn geen hype, ook niet louter een trend.  Open uw ogen.  Talrijke bedrijven en ontelbaar veel particulieren gebruiken een of meerdere online netwerken om met elkaar in contact te blijven.  Dat Twitter binnen een paar jaar misschien niet meer bestaat of Facebook van naam verandert, zal ons worst wezen!  Het idee achter die sociale media is hoogstwaarschijnlijk wel een blijver, namelijk op rechtstreekse wijze via internet (computer/laptop) of smartphones contact houdenHet gaat dus om aanvullende, let op, aanvullende communicatiemiddeltjes.  En of u die wel of niet gebruikt, is louter een individuele keuze.

In tegenstelling tot wat men vreest, kunnen die online netwerken bijdragen tot het verstevigen van het merk en het uitdragen van de inhoud, van de diensten die men levert.  De krant, het weekblad, allemaal treden ze best zoveel mogelijk in dialoog met hun lezers. Geef aanvullende, ‘verse’ info, stel vragen, verwerk suggesties van lezers, bied extra discussieplatformen aan waarop uw lezers onderling elkaar kunnen vinden,…  Betrek hen bij uw ‘papier’!  De mogelijkheden zijn oneindig.

Dat betekent niet dat er aan sociale media en online netwerken geen nadelen verbonden zijn!  Maar meermaals kritische artikels schrijven, op een bij momenten minachtende toon, over een communicatiemiddel dat je zelf op een foutieve wijze (enkel als ‘feed’) of helemaal niet gebruikt, is volgens ons hoogst opmerkelijk.  Het deed ons even terugdenken aan Kobe Ilsen die voor het TV-programma Volt Twitter ook even van naderbij bekeek.  Of zoals onze collega Laurens op zijn Twitter profiel het stelde: “een boek bespreken zonder het gelezen te hebben”.

De Standaard is niet de enigste…
Hun ‘onwennigheid’ tegenover online media betekent niet dat de kranten zelf geen online activiteiten genereren.  Zeker niet.  Zo mag bijvoorbeeld de website van De Standaard absoluut gezien worden!!  En ‘gelukkig’ is De Standaard niet de enigste die sociale media met argusogen bekijkt.  Ze kunnen zich vastklampen aan andere mediabedrijven waaronder Rossel en De Persgroep.  Hun aanvoerders – Marchant & Van Thillo, door @robinwauters terecht ‘dumb & dumber’ genoemd – slaagden er recent in om, en we citeren, “bloggers de vuilnisbak van het internet” te noemen.  Met die visionaire media-uitspraak kunnen beide heren alvast aanspraak maken op een van de eerstvolgende vrije ministerportefeuilles.  Want was het niet Minister van Defensie Decrem die eind 2008 opperde dat bloggers levensgevaarlijk zijn?

Vrije beroepen: notaris en klantenwerving & -binding via interactieve communicatie

Eindelijk begrijpen de meeste verenigingen van beoefenaars van vrije beroepen dat een moderne en efficiënte communicatie ook voor hun van levensbelang is. Zo ging op 29 september de vernieuwde portaalsite notaris.be online. Een prachtige site. Maar als u het ons vraagt, ontbreekt de kers op de taart. Want is het een gebrek aan lef? Een te strak deontologisch kader? Is er geen plan van aanpak voor de ganse sector? Of onvoldoende besef van de (commerciële) mogelijkheden? Feit is dat de spiksplinternieuwe website haar uiterste best doet qua interactieve communicatie, maar toch net enkele millimeters voor de eindmeet strandt. Jammer. Bijna allergrootste onderscheiding.

Hoofdpagina website notaris.beWat is een portaalsite?
Zelf noemt de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat (KFBN) het een website, geen portaalsite. Gewoonlijk spreekt men van een portaalsite als de betreffende website het startpunt is van waaruit de internetgebruiker verder surft. Een verzamelplaats, meestal voor andere websites die over een of meerdere dezelfde thema’s gaan. De term ‘portaalsite’ raakte de laatste jaren in onbruik. Sommigen spreken liever over een ‘platform’. Hoe het ook heet, notaris.be moet een voortrekkersrol spelen voor het beroep. Dat valt duidelijk af te leiden uit de opbouw en inhoud.

Volledige website is niet gelijk aan interactieve website.
Notaris.be verklaart, informeert, sensibiliseert, archiveert en onderzoekt. Daarnaast bevat het hoekjes voor immobiliën en vacatures. De website omvat werkelijk alle facetten van het beroep. Speelt de site locomotief, promotor voor het beroep en z’n beoefenaars? Ja. En ja, u kan zich inschrijven op hun – let wel – driemaandelijkse nieuwsbrief. Ja, er is de module waarmee u zelf de aktekosten kan berekenen. Maar is er een directe dialoog mogelijk? Niet echt. Zijn er discussiefora? Neen. Is het geheel ‘swingend’ (dynamisch)? Neen.

Nieuwe portaalsite is slechts een opgefriste voorgevel?
We vernamen van enkele notarissen dat het niet is toegestaan om zelf een website met eigen stijl en opbouw te hebben. Of dat correct is of slechts berust op een vergissing, weten we niet. Maar  waarom werden alle achterliggende websites (website per notaris met vast stramien) niet op dezelfde wijze vernieuwd? Op deze manier komt de fonkelnieuwe webstek notaris.be over als een gerenoveerde voorgevel. Oude wijn in nieuwe vaten. Er wordt best een keuze gemaakt. Ofwel mag elke notaris z’n eigen gang gaan, net als bij andere vrije beroepen. Ofwel behoudt men die ‘verplichte’ websites, maar ook in de nieuwe stijl.

Interactieve website betekent dialoog.
Indien u geen gebruik gemaakt van sociale netwerken, moet u via uw website ‘babbelen’ met uw doelgroep. Denken we bijvoorbeeld aan de manier waarop men de Franse advocatuur uit het communicatieve slop haalde. De websites van alle advocaten werden aan elkaar verbonden via een portaalsite. Op die verzamelplaats wemelt het van de activiteit. Het kloppende hart van waaruit de geïnteresseerde z’n weg vindt bij de gepaste, lokale advocaat. Een concrete vraag stellen via die site? Geen probleem. Binnen enkele uren heeft u een antwoord in uw inbox.

Interactieve website is bij voorkeur multimediaal.
Deze stelling is uiteraard geen ‘must’. Evengoed kan u uw materiaal groeperen per kanaal (sociale media). Foto’s via uw eigen fotopagina op Flickr, videofilmpjes via uw eigen YouTube-kanaal, enzovoort. Maar het gebruik van audiovisueel materiaal draagt alleszins bij tot een luchtiger en meer geanimeerde perceptie van uw communicatie. Hoe bent u zelf? We kijken nu eenmaal liever naar bewegende beeldjes, toch. Recent volgde Les Haras Nationaux, de Franse staatstoeterij, deze stelling. Zij bouwden een portaalsite waarop de Franse paardenliefhebber z’n weg vindt in het hippisch labyrint op het wereldwijde web. Daarbij hield men duidelijk rekening met de verschillende niveaus (nationaal / regionaal / stedelijk & hobbyist, professioneel) en met de verschillende doelen die men nastreeft. Dus ook de internationale rol van (commercieel / promotioneel) ambassadeur. Zo zijn de belangrijkste onderdelen van de site met een simpele muisklik ook in het Engels beschikbaar.

Interactief betekent toegankelijk, joviaal.
De tijd dat de notabelen een andere taal leken te spreken dan de rest van het dorp, ligt ver achter ons. Ook beroepen die prat gaan op discretie, vertrouwelijkheid en beroepsernst breken stilaan uit zichzelf. Dat is geen slechte evolutie, integendeel. Het moet immers niet meteen populair en volks worden, maar een fris imago is wel degelijk gewenst. Kijken we bijvoorbeeld naar TaxTalk van Wolters Kluwer. Let wel, in dit geval is de beheerder een zuiver commercieel bedrijf dat voor eigen rekening werkt, en dus geen sector moet uitdragen (inhoudelijke neutraliteit ontbreekt dus af en toe). Maar een platform aanbieden waarop mensen uit de sector van mening kunnen wisselen, doet men wel. Een leuke inkleding, fris decor en interactie te over. Mensen stellen hun vragen aan vakdeskundigen die vervolgens op de site een antwoord plaatsen of verdere dialoog voeren met de vraagsteller.

Staat hun deontologie (plichtenleer) een doorgedreven modernisering in de weg?
Ook wij hebben de wijsheid niet in pacht. We kennen niet het verhaal achter de ontwikkeling van de nieuwe notaris.be. Werden de mogelijkheden van de site beperkt omwille van ‘politieke’ redenen, of omwille van de plichtenleer met betrekking tot ‘publiciteit’? Toch lijkt dat laatste ons onwaarschijnlijk. We pleiten hier immers niet pro commercie. Wel breken we een lans om met z’n allen op het vlak van communicatie weer menselijk en benaderbaar te worden. En vooral: interactief!

Hoe doet uw bedrijf aan klantenwerving en klantenbinding?
Kortom, tracht van uw website een interactief communicatiemiddel te maken. Niet alleen door middel van een nieuwsbrief of te downloaden brochures. Maak directe dialoog mogelijk. Dat hoeft niet per se door een nieuwe, dure website. Plaats bijvoorbeeld ‘naast’ uw website een nieuwe blog. In zulk geval houdt u uw website veeleer officieel, informatief maar statisch en bekomt u de directe dialoog met uw publiek via uw blog. Blogs lenen zich nu eenmaal uitstekend tot interactie. Daarenboven zijn ze geliefd door Google omwille van hun structuur en levendigheid. Nog te complex voor u? Het kan nog eenvoudiger. Maak gebruik van een of meerdere sociale netwerken zoals Facebook, LinkedIn of Twitter.

Wat en hoe u het ook doet, communiceer met uw klant alvorens uw concurrent het doet! Succes!

Bedrijven benutten mogelijkheden sociale media onvoldoende.

De opkomst van sociale media wijzigt de manier waarop u als bedrijf moet communiceren op ingrijpende wijze. Geen discussie meer mogelijk. Maar zet de bedrijfswereld die theorie ook om in de praktijk? Durven ze die stap nemen naar sociale media en netwerken ze actief online?

Onderzoek naar bedrijven & inzet van sociale media.

Op internet vindt u heel wat cijfermateriaal over de omvang van sociale media. Wat België betreft gaat het echter vaak om kleinschalige enquêtes, beperkte rondvragen, veeleer algemene parameters of absolute getallen (bijvoorbeeld het aantal blogs, het aantal profielen op LinkedIn). Interessant, zonder twijfel. Maar een helder accuraat overzicht van wat welke bedrijven wanneer aan/met wie via welke sociale mediakanalen communiceert, ontbreekt vooralsnog. Zelfs de Vlaamse Overheid baseert zich vaak op onder andere particuliere onderzoekjes zoals u bijvoorbeeld op deze pagina kan lezen. Kortom, een versplinterd en zeer onvolledig beeld waaruit zowel voor- als tegenstanders van sociale media de passende argumenten kunnen putten.

Dat het niet eenvoudig is om een zo volledig mogelijk beeld te bekomen van sociale media voor & door de bedrijfswereld, verwondert niemand. Het is niet moeilijk om een lijstje te maken van alle initiatieven die het bedrijf / merk zelf onderneemt. Maar wat met al de rest op het wereldwijde web? Alles wat het bedrijf niet zelf in de hand heeft, hoe breng je dat in kaart?

Het wordt nog meer verwarrend wanneer een particulier die ‘fan’ is van een bepaald merk zelf iets op poten zet en daarmee ongezien succes oogst. Een mooi voorbeeld daarvan is de fanpagina van Lu’s Dinosauruskoeken op Facebook (ondertussen zijn er blijkbaar meerdere fanpagina’s voor Dinosauruskoeken..??). Dus beperken de meeste onderzoeken zich tot het gebruik van sociale media ‘vanuit’ de bedrijfswereld.

En hoe zit het bij onze noorderburen? Want meestal lopen die toch wel enkele lengtes voor op ons, zeker als ’t over inventief ondernemen of ICT gaat.

Nederlandse bedrijven & sociale media.
De titel en subtitel van het pas gepubliceerde, halfjaarlijks onderzoek ‘Social Media Monitor 2’ (van en door ‘Social Embassy’), liegen er niet om. “Merken trekken massaal naar sociale media. Maar benutten de mogelijkheden onvoldoende.” Voor alle duidelijkheid, dit Hollands onderzoek evalueert enkel  de sociale media activiteiten van de grootste Nederlandse merken/adverteerders. Het geeft ons dus geen volledig laat staan representatief beeld voor wat betreft de bedrijfswereld bij onze noorderburen. Maar een goede indicatie is het zonder twijfel.

Ook ‘Social Embassy’ benadrukt in het onderdeel ‘Methodiek’ dat hun onderzoek beperkt blijft tot wat de bedrijven (adverteerders) zelf ondernemen.

“Hoewel het bijzonder interessant is dat mensen ‘gemeenschappen’ (‘communities’) opbouwen rondom merken en dat mensen over merken spreken op social media, is dit niet vanuit het merk geïnitieerd en valt dit niet onder de marketing van het bedrijf. Daarom is alleen de social media inzet die door de merken zelf is geïnitieerd, meegenomen in het onderzoek.”

Terecht halen zij nog een bijkomend probleem aan. Want hoe maak je een onderscheid tussen lokale en internationaal verankerde firma’s?

“De ‘Social Media Monitor’ draait daarnaast om de social media inzet van Nederlandse bedrijven. Daarom zijn alleen de social media pagina’s gericht op Nederland meegenomen en niet de pagina’s die internationaal georiënteerd zijn.”

Bedrijven benutten de mogelijkheden van sociale media onvoldoende of helemaal niet.
België of Nederland, particulier of bedrijf, het maakt geen verschil. Allemaal verwarren ze ‘aanwezigheid’ met ‘interactie’. Net zoals bij websites! Het hebben van een website is geen einddoel, integendeel. Want pas dan start uw online communicatie. Zo ook met uw pagina op Facebook, uw profiel op LinkedIn,… Doe er wat mee! Wees (inter)actief! En hou dat vol, op periodieke basis. Geef tips, stel vragen, speel informatie door, lok discussies uit, reageer op kritiek, beantwoord vragen…

Kent u ander cijfermateriaal? Of houdt u er een andere mening op na? Laat het ons weten in een reactie onderaan dit blogartikel!

Verzorg uw e-mail nieuwsbrief!

‘Onverzorgde e-mail communicatie’ is gelijk aan ‘geen communicatie’!

Vlaanderen, meer algemeen België, telt verschillende sectoren die achterop hinken qua efficiënte, commerciële communicatie. Heel wat bedrijven (KKMO’s & KMO’s) lukken er anno 2009 nog steeds niet in om op een aangename, consequente, duidelijke en rendabele manier te communiceren met hun medewerkers, leveranciers, prospecten, klanten,… En dan zwijgen we nog over het aandeel van e-mail en internet, in hun bedrijfscommunicatie. Communicatie wordt te vaak verward met ‘reclame’, met ‘adverteren’. Gevolg? De ‘kostenpost’ bedrijfscommunicatie wordt bij het minste probleem of bij de minste vrees telkens zonder verder nadenken, budgettair gekortwiekt. Begrijpen wie begrijpen kan…

Want moest er dus geen ‘natuurlijke’ (automatische) vraag naar zijn, dan zouden heel wat bedrijven vandaag zelfs niet eens meer bestaan! Dat is niet doemdenken, wel pure logica. De dag dat u niet meer praat met uw klant of prospect, is het ‘over & uit’. Al eens geprobeerd om schoenen te verkopen zonder ook maar een woord te wisselen met uw klant? Natuurlijk niet, te gek om los te lopen. En toch… Dagelijks verwaarlozen ontelbaar veel bedrijven hun communicatie, zowel de interne als de externe. En doet u dan eindelijk aan communicatie, verzorg ze dan alstublieft tot in de puntjes! Heb aandacht voor elk detail! Toegegeven, een tikfout is snel gemaakt. Maar dat bedoelen we niet met ’slecht verzorgde bedrijfscommunicatie’…

E-mailZo ontvingen we gisteren de zoveelste nieuwsbrief via e-mail, van de stichting ‘Forum for the Future’, helaas telkens een toonbeeld van hoe het niet moet. Let wel, we schrijven hier ‘helaas’. Want het idee achter Forum for the Future was en is volgens ons nog steeds erg nobel. Het Belgische ‘FFF’ werd immers een jaar geleden in het leven geroepen ter ondersteuning van de beoefenaars van vrije beroepen, een van die achtergestelde sectoren in ons land als het op modernisering aankomt. Op de eerste editie van hun zogenaamd ‘nationaal congres’, dit voorjaar (2009), bleek dat ook ICT en hedendaagse communicatie tot hun zeer breed & gevarieerd interesseveld behoort. Iets wat we sterk toejuichen. Maar waarom is het dan voor diezelfde stichting zo moeilijk om een goed gestructureerde, duidelijke (kort & krachtige) en boeiende e-mail nieuwsbrief op te stellen? U volgt toch ook geen muziekles bij iemand die amper wat van notenleer kent, toch?

Wat eigenlijk niet zou mogen of op z’n minst beter kan:
- Teveel & te lange teksten (copywriting!).
- Slechte schikking, rommelige bladspiegel (lay-out!).
- Geen of slecht aangeduide ‘links’ (gebruiksvriendelijkheid / uw e-mail als publiekstrekker voor uw website of blog!)
- Vermijd opvallende, soms bijna schaamteloze commerciële boodschappen! (geloofwaardigheid van de afzender!)

Een kleine KMO kan zich voor dergelijke fouten en onvolmaaktheden nog verontschuldigen met ‘gebrek aan kennis’, ‘tijd’ en/of ‘geld’. Maar geldt dit ook voor Forum for the Future, een stichting met partners als UCM, Electrabel, ING & Microsoft? We betwijfelen het. Wanneer u een van de belangrijkste sectoren in België beweert te ondersteunen richting ‘de toekomst’, zorg er dan tenminste voor dat uw eigen zaak een toonbeeld is! De schoenverkoper loopt toch ook niet rond op versleten sandalen?! …

Tot slot, wanneer we bovenaan in de Forum For the Future e-mail nieuwsbrief klikken op de link ‘Indien u dit bericht niet kan lezen, ga rechtstreeks naar ….’, belanden we op een perfect gestructureerde pagina op hun website. De nieuwsbrief die ze via e-mail rondzenden, wordt dus rechtstreeks, ‘copy/paste’, gegenereerd vanuit hun website. Niets mis mee, integendeel. Maar zorg er dan tenminste voor dat u kiest voor een degelijk e-mail programma. Want een kwalitatief e-mail programma, en zo bestaan er alleen al op de Belgische markt meerderen, bezorgt uw e-mail bij uw lezers, geschikt op een manier zoals u het bedoelt. Daarenboven bezorgt dergelijke e-mail software u een uitgebreide evaluatie van elke verzonden e-mailing!

In een van onze volgende blogartikels geven we enkele, eenvoudige tips voor het opstellen en verzenden van e-mailing campagnes / nieuwsbrieven.

Bent u als individu tevens ook een merk? (‘personal branding’)

Een van de vele 'standaardafbeeldingen' ter illustratie van 'personal branding'

Een van de vele 'standaardafbeeldingen' als illustratie bij 'personal branding'

In ‘Career Guide’, bijlage bij de uitgaven Data News nr.24 en Business ICT nr. 6, schreef journalist Kristof Van Der Stadt het kort maar krachtige artikel “Hoe bouw je een social media cv?”, voor elke leek in sociale media ongetwijfeld een goed verstaanbare bijdrage. Voor z’n schrijfsel ging Dhr. Van Der Stadt de spreekwoordelijke mosterd halen bij de Amerikaanse auteur Dan Schawbel. Deze laatste heiligt sedert jaar en dag het principe dat u uzelf, individueel, dus ook als persoon van vlees en bloed, kan en moet promoten door/via het gebruik van sociale netwerk-websites (zogenaamde ‘personal branding’). Van Der Stadt herneemt in z’n artikel een zestal van diens tips:
“1) Begin met een website of blog.
2) Kies een URL.
3) Denk na over design.
4) Breng een snuifje multimedia aan.
5) Integreer de profielen van je sociale netwerken.
6) Zorg dat je online cv kan gedeeld worden.”

Persoonlijk zijn we van mening dat wij hier in de Lage Landen ons niet meteen en zeker niet al te sterk moeten richten op ‘personal branding’-specialisten zoals Dhr. Schawbel. Op typisch Amerikaanse wijze overdrijft hij. Niet ieder persoon is er immers mee gebaat zichzelf als een merk(naam) te beschouwen en als dusdanig te promoten (lees: in de kijker te brengen). Zet sociale media pas in van zodra u er een of meerdere redenen voor heeft. Pas wanneer het relevant is. En dus niet ‘omdat iedereen het al doet’. Kuddegeest en / of het kopiëren van wat een ander al doet, is totaal uit den boze in de wereld van sociale media. Lees er gerust onze eerdere blogartikels op na, waarin we tot in den treuren toe herhalen dat het ook bij het gebruik van sociale netwerken net draait om facetten zoals oprechtheid, inlevingsvermogen en authenticiteit.

Laat ons a.u.b. niet vergeten dat mensen als Schawbel er alle belang bij hebben om de cultuur van het persoonlijk ‘ver-merken’ zo stevig als mogelijk aan de man te brengen. Niets mis mee, verre van. Maar men moet de brave man enigszins relativeren of op z’n minst in het juiste kader plaatsen. Commerciële motieven spelen zeker en vast mee. Wijzelf volgen mensen zoals een Jeff Jarvis – invloedrijk blogger en tevens auteur van het nu al bekende boek “Wat zou Google doen?” – en een Dan Schawbel dus niet in al hun beweringen. Maar alle auteurs en online communicatieverantwoordelijken, ook wij in het verleden, wijzen wél op het belang van een degelijk online reputatiebeheer! En niet zonder reden!

Online reputatie- of imagobeheer is een rekbaar begrip. Laat ons het heel eenvoudig stellen: er zijn twee soorten dingen die over u op het internet staan: dat wat u er zelf op plaatst en dat wat anderen over u op het wereldwijde web achterlaten. Merkt u het op? Ook hier weer geldt onze eerdere stelling dat het hedendaags, interactief internet simpelweg een online kopij is van het offline, alledaagse leven. Want ook in ons dagelijks leven praat de ene persoon over de andere. En dan zwijgen we nog over alles wat u zelf rondbazuint, over uzelf en over anderen. Maar in tegenstelling tot het dagelijks, echte leven, kan u op internet wel gauw te weten komen wie wat over u vertelt of beweert. Niet alleen kan u hun mening opzoeken, en lezen/horen. Ook kan u, indien gepast en gewenst, reageren. Een luxe die u niet geniet in uw offline leventje, toch? Misschien beweert iemand in een Gents café op dit eigenste ogenblik de gekste dingen over u of uw bedrijf. Die verteller geniet de aandacht van z’n omstaanders zonder dat u de kans krijgt om hen, voorzien van sterke argumenten, al dan niet tegen te spreken.

Kortom, of het nu gaat om uw curriculum vitae op het internet, of om uw vakantiefoto’s,… Lig niet teveel wakker van alle op sensatie beluste artikels over geschonden privacy, mee lezende werkgevers, inbrekers, Fiscus of ander gespuis op en rond sociale media. Kijk gewoon even uit waar je met wie bevriend bent en wat je waar met wie deelt. Zo moeilijk is dat niet. Trouwens, in het alledaagse leven vertelt u toch ook niet alles aan iedereen?!

PS: Bijvoorbeeld, vergeet niet om af en toe even jezelf (jouw naam) in het Google-zoekvakje te plaatsen. U staat er soms van te kijken wat het internet al allemaal over u weet! :-) Succes!

Uw website hoeft niet duur te zijn!

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: een website hoeft geen handenvol geld te kosten om mooi, efficiënt en rendabel te zijn. Is dit een verkooppraatje? Een van onze slogans om u makkelijker te verleiden? Neen, het is gewoon zo.

Een voorbeeld uit het dagelijks leven gegrepen…
Recent ontmoetten we een bedrijfsleider in het kader van zijn toekomstplannen. Tot nu toe verzorgden we zijn huisstijl & interne communicatie. Maar hij was geïnteresseerd geraakt in ’sociale media’ en wou van ons horen of dat voor zijn KMO wel of niet interessant kan zijn. In de kantlijn van dat gesprek kwam, onvermijdelijk, ook zijn gloednieuwe website ter sprake. Die zou immers het begin- en eindpunt worden in zijn online-communicatie. Trots surfte de man naar zijn nagelnieuwe webstek. En inderdaad, een gereputeerd, Brussels bureau had hem een mooie webstek bezorgd. Vakmanschap, zonder twijfel! Maar toen we het prijskaartje vernamen, werden we onwel. We lieten echter niets merken en vroegen aan de brave man of we de bijhorende documenten (site map, oorspronkelijke offerte, prestatiestaten en facturen) even mochten lenen. “Geen probleem”, antwoordde de zaakvoerder en enkele minuten later liepen we met al ons huiswerk de deur uit, benieuwd naar de reactie van onze webdesigners.

Enkele dagen later werd ons vermoeden bevestigd. Drie verschillende webdesigners kwamen, los van elkaar, allemaal tot hetzelfde besluit: “zwaar overgeprijsd!” De goede man had blijkbaar 15.000 euro betaald voor een website die eigenlijk maximaal +/- 8.000 euro had mogen kosten. Over stevige winstmarges gesproken, niet?

Waarom kosten sommige websites ongelofelijk veel geld? Simpel… “Zolang er zotten zijn die ‘t betalen, zijn er zotten die het vragen!” En ook maakt men graag ‘misbruik’ van de ambitie & onwetendheid van KMO-bedrijfsleiders. Zij willen immers een “chique website met alles er op en er aan”. Beweren we nu dat elke dure website sowieso boerenbedrog is? Stellen we nu dat iedere goedkope website per definitie beter is? Is het prijskaartje het allerbelangrijkste? Uiteraard niet! En we mogen en willen niet veralgemenen. Maar feit is en blijft dat er nog steeds heel wat ‘cowboys’ zijn op het vlak van webdesign (het maken van websites)!

En weet u, het hebben van een website is al lang geen doel meer op zich! Dan pas begint het echte werk. Die website onderhouden en via uw website communiceren met uw doelgroep. Een website is een hulpmiddel, een onderdeel binnen uw bedrijf. Eigenlijk zou uw website zichzelf moeten terugverdienen, toch zeker op lange termijn. Een reden temeer om een strakke en achter de schermen gebruiksvriendelijke website te willen, zodat u later zelf uw website kan blijven beheren. Gedurende vele jaren maakten heel wat webdesign bureaus er een sport van om u als klant vast te ketenen aan hun bureau. De zogenaamde ’support’ of onderhoudscontracten. In de meerderheid van de gevallen telkens een commerciële ‘farce’…

Kortom, u moet als KMO-bedrijfsleider dringend beseffen dat:
a) het internet geen medium (communicatiekanaal) is maar een wereld op zich, waar uw doelgroep (prospecten, klanten en leveranciers) zich op beroept in heel wat van hun dagelijkse acties!
b) het hebben van een website dus zeker geen overbodige luxe maar een basisbehoefte is voor uw onderneming!
c) een mooie en tevens rendabele website niet vreselijk duur hoeft te zijn!
d) een website op zich niet volstaat. U moet ermee ‘werken’, uw webstek op consequente wijze betrekken in de communicatie met uw klanten en prospecten! Anders is het voor uw website betaald bedrag letterlijk verloren geld!
e) het onderhouden van een website (‘up to date’ houden) best wel wat tijd in beslag neemt maar zeer lonend is mits leuk en interactief aangepakt!

PS: dit blogartikel zal zeker niet gewaardeerd worden door collega’s uit de sector. Het werd immers zo eenvoudig en duidelijk mogelijk gehouden qua taalgebruik en schopt zachtjes tegen een van de vele heilige huisjes in de sector: het ‘onaantastbaar’ prijskaartje van ‘webdesign’.

Website + analyse + ondernemerschap = succes! (ook in crisis)

Laat u niets wijsmaken! U heeft geen grote budgetten nodig om (nieuwe) klanten te bekomen. Ook en zeker niet in crisistijd!

“Een recept voor commercieel succes”
Naar een waargebeurd verhaal…

Website
Een van onze klanten, Hagers Verzekeringen nv, wou midden vorig jaar een nieuwe website voor hun kantoor. Aanleiding voor deze nieuwe webstek was de uitbreiding van hun activiteiten. Al drie generaties lang specifiek gekend voor tuinbouwverzekeringen, wensten zij vanaf 2009 hun gamma aan diensten te verbreden en zich voortaan ook tot particulieren, vrije beroepen en andere KMO’s te richten . Hun vooropgestelde eisen voor de nieuw te maken site waren kristalhelder: strak & eenvoudig qua vormgeving, gebruiksvriendelijk en voorzien van gezellige maar vooral duidelijke copywriting. Bij oplevering voorzagen we de zaakvoerder, Dhr. Marco Hagers, van een woordje uitleg rondom de werking van het achterliggende Google Analytics rapporteringsysteem.

Analyse
Zoek naar middelen om te analyseren!
Voor zij die Google Analytics (nog) niet kennen: dit is een gratis programma, uiteraard van en door Google, waarmee u heel wat informatie kan bekomen over de bezoekers van uw website of blog. Gratis, ja. Dus waarom dat dan niet benutten?!

Werk met die middelen!
Maar met dat dagelijks of wekelijks rapportje moet je ook iets doen! Dat uitprinten of eens vluchtig op het scherm van je computer bekijken, ach, daarmee haal je geen extra resultaat. Zo moet ook onze klant, Dhr. Marco Hagers, gedacht hebben…

P. Hagers VerzekeringenOndernemerschap
Bij het lezen van de Google Analytics rapporten van de website, viel het Dhr. Hagers op dat er een bezoeker opvallend lang op hun webstek was blijven hangen. Hij zocht in de rapportjes de bijhorende locatie op, opende de al even gratis toepassing Google Earth en zoomde in op de betreffende gemeente. Dankzij diezelfde Google Analytics kon hij zien dat zijn geïnteresseerde websitebezoeker was blijven hangen bij de pagina’s rondom het onderdeel ‘tuinbouwverzekeringen’. Dus bekeek hij op Google Earth alle opvallend grote serres, al dan niet voorzien van een WKK-centrale (warmtekrachtkoppelingscentrale). Hij vond er eentje, op het eerste zicht voorzien van een dergelijke centrale, noteerde het adres en sprong in zijn wagen. Dhr. Hagers belde aan, stelde zich voor, legde uit hoe hij aan hun voordeur kwam en… ja hoor, Hagers Verzekeringen mag een offerte opstellen bij dat tuinbouwbedrijf. Een ijzersterk staaltje ondernemerschap, als u het ons vraagt!!

Beweren we nu dat het steeds zo gaat? Dat er in dit verhaal geen greintje geluk en/of toeval zit? Neen, dat niet. Maar hoe cliché ook: wie niet waagt, niet wint! Zorg voor een degelijke communicatie, analyseer en ga over tot actie! Die drie kernpunten maken dit waargebeurd verhaal tot een perfect voorbeeld voor (inter)actieve communicatie en dus ook vaak prospectie via/op het wereldwijde web. Of het dan gaat om een site, blog, periodieke e-mails of sociale media, het maakt niet uit.

Tot slot, men vraagt ons vaak waarom een KKMO ‘op het internet’ actief aanwezig moet zijn. Dit verhaal is een perfect voorbeeld waarom! Maar vergeet niet dat internet en/of andere communicatiemiddelen niet uit zichzelf de klus klaren. U kan een mooie website hebben of periodiek een e-mail naar al uw contacten sturen. Echter zonder een degelijke opvolging draaien al die dingen uit op een sisser. En dan klinkt het nadien “dat je aan internet alleen maar geld verliest, dat brengt toch niets op!” Tja, zo kan je alles afkraken…

Kies op welke wijze u actief wenst te prospecteren. Of laat u in die keuzes bijstaan door vakspecialisten, zoals wij. En vergeet vooral niet uw bestaande klanten! Maak en hou hen tevreden/enthousiast, ze worden uw beste ‘verkopers’ (merkambassadeurs)! Keuzes gemaakt? Mooi zo, ga dan aan de slag en zet er uw tanden in, net als Marco Hagers!

Succes! En.. tot gauw? Dan maken we het volgende succesverhaal samen!

WordPress Themes