Wat is er voor de grote adviseurs (want wat is anders de vertaling van het woord ‘consultants’?!) in België nou zo moeilijk om te begrijpen én te aanvaarden dat ‘hun’ consultancy inderdaad te duur is en bijgevolg niet naar de juiste waarde geschat wordt door de gemiddelde KMO?! Wel?! …
Ik lees in een artikel dat handelt over KMO’s en consultancy immers volgende:
“Kris Poté, Vice President van Cap Gemini (een van die grote spelers), pleit in een interview in KMO-magazine voor een genuanceerder beeld ten opzichte van consultants. “Door het verkeerde beeld dat kmo’s van consultants hebben, missen ze enorme kansen om zich verder te ontwikkelen en te groeien. Niemand kan immers pretenderen dat hij alle kennis in pacht heeft. Sommige expertise moet u gewoonweg bij specialisten halen. En uw bedrijfsbeleid af en toe door een onpartijdig, maar ervaren, oog laten analyseren, zal altijd tot nieuwe inzichten en verbeteringen leiden.”
Volgens Poté zijn er 3 goede redenen om een externe consultant aan te trekken:
- Er wordt een project opgezet, en de onderneming heeft niet alle nodige kennis in huis is. Zeker als die kennis maar voor een bepaalde periode nodig is, is het weinig zinvol om hiervoor iemand speciaal aan te werven. – Een consultant help u mee over uw grenzen kijken, letterlijk én figuurlijk. – Een goede consultant is betaalbaar en en zelfs financieel haalbaar voor kleinere bedrijven.”
Los van het inhoudelijke, is er nog een ander zo mogelijk erger probleem: HUN marketing. Want wanneer de klant een (foute) perceptie heeft, is dat volgens hun adviezen gewoonlijk de schuld van de ‘communicator’ en dus niet van de ‘recipient’.
En toch… Het is die arme, bekrompen KMO-er die niet weet wat goed voor hem/haar is zeker?
Om het met de woorden van Bart Peeters te zeggen: “Ik krijg er stenen kloten van!”
“Da is Jehaan, da is!”
Alhoewel… Eigenlijk moeten we blij zijn! Want sinds wij bij BBm marketing & communicatie voor de Vlaamse KMO aanbieden, in mensentaal gebracht, op KMO-maat gemaakt en afgerekend naar meetbare resultaten, floreert ‘onze’ consultancy als noot tevoren!
Bedankt Cap Gemini, KPMG, Slangen & Partners,… Vielen dank! Of zoals jullie steeds eindigen:
Kind regards,
Men verwijt me soms ietwat te mondig te zijn, ietwat te kritisch. Neig ik te sterk naar Johan Anthierens of Herman Brusselmans, echt? Tijd om dat blazoen op te poetsen! Ik kan ook positief zijn, zelfs oprecht. Nog sterker: positief zijn over www.facebook.com! Asjemenou!?
Facebook, we blogden er al eerder over. Eén van die vele, zeer populaire sociale netwerk websites waar je zonder enige moeite al gauw enkele uurtjes per week aan besteed (lees verspilt), vervolgens vloekt en tot de conclusie ‘moet’ komen dat van ‘verslaving’ bijna sprake is.
Commercieel zie ik er het nut wél van in. Dan hebben we het over ‘community marketing’. Op zich een oude term die staat voor het ontwikkelen van een ‘gemeenschap’, een ‘cultuur’ rondom jouw merk / jouw product. Maar voor de rest vind ik Facebook een ‘contradictio in terminis’. Het mag dan een sociaal netwerk website genoemd worden. Uren achter een schermpje zitten en virtueel tokkelen met Uw ‘vrienden’. Het ’sociale’ zie ik er niet van in.
Waar blijft dat positieve, zal U zeggen. Wel, wat zie ik echter vandaag per toeval op de ‘nieuwspagina’ op Facebook? De klassieke grootmeester, de Duitse Barok componist, Johann-Sebastian Bach heeft een fanpagina op Facebook waarop hij tot nu toe 23.494 fans rondom zich geschaard heeft! En zo blijken er nog grootmeesters te zijn! Knap. Ontroerend zelfs!
‘Oppervlakkigheid’, Jennifer Lopez’en en Justin Timberlake’s van deze wereld, verenigt U! Cultuur met een grote C heeft de weg naar Web 2.0 weer maar eens gevonden!
Mijn vrouw en ik zijn recreatieve paardenhouders/-gekken. Dus kennen wij als geen ander het verschil tussen ‘zeggen’ en ‘doen’ bij de (Vlaamse) overheid.
Zo is Kris Peeters en diens administratie op dit eigenste ogenblik bezig met het doorgronden (nog beter: bestuderen) van de paardensector in Vlaanderen. Niettegenstaande er in de ‘prehistorie’ reeds meerdere studies aantoonden dat de paardensector – zowel recreatieven als professionelen – één van de belangrijkste economische dragers van Vlaanderen is, ontdekte de Vlaamse overheid bij ‘gezichte’ van Krisje dat pas recent.
Ik en de objectieve, onafhankelijke en dus kritische rest van de paardensector (een uiterst zeldzame combinatie van adjectieven in de hippische sector, dat moet gezegd
) houden ons hart al vast voor met wat een “kloeffer” van een analyse ‘de Kris’ z’n paperassenvreters zullen afkomen om die dan vervolgens in die levensgrote, spreekwoordelijke ijskast te stoppen.
Dit gezegd zijnde… Krijg ik net een Belga persbericht onder de ogen: “Vlaams e-beleid krijgt duw in de rug”. Ik lach en huil tegelijkertijd (een regenboog!)… En ik citeer: “… Aan de nota is meer dan twee jaar voorbereidend werk voorafgegaan in de subcommissie Digitaal Vlaanderen van het Vlaams parlement. Commissievoorzitter Louis Bril (Open Vld) en verslaggevers Bart Caron (Vl.Pro) en Carl Decaluwé (CD&V) gaven nu al toelichting bij de krachtlijnen van de nota. Uit cijfers blijkt dat het pc-gebruik van de Vlaamse bevolking nog ver onder de EU-norm ligt. Zo ligt het pc-gebruik van de Vlamingen tussen 15 en 64 jaar op amper 63 procent, terwijl de EU-norm op 75 procent ligt. Bovendien heeft amper vier op de tien Vlamingen een breedbandinternetaansluiting. In Nederland, Luxemburg en Denemarken is dat 7 tot 8 op tien mensen. De nota bevat 12 aanbevelingen voor de Vlaamse regering, gaande van aanbevelingen over het bevorderen van e-government tot acties rond e-mobiliteit (gebruik van intelligente transportsystemen, dynamische sigalisatie, verkeerstelematica, etc…). Er is ook nood aan een beleid rond e-werken en e-leren. Wat e-leren betreft bestaat er volgens CD&V’er Decaluwé vaak nog een kloof tussen de leerlingen en leraars. Daarom moet er ook in de lerarenopleiding aandacht gaan naar e-leren. Voorts moet de VRT een “voortrekkersrol” blijven spelen in de digitalisering van de media. Maar dat moet gebeuren “in gezonde concurrentieverhoudingen met de private spelers”, luidt het. De Vlaamse regering wordt ook gevraagd inspanningen te doen om de digitale kloof weg te werken. Cruciaal daarbij is het aanpakken van de hardnekkige financiële en sociale drempels. Zo moeten er niet alleen betaalbare computers beschikbaar zijn, maar moeten mensen ook maximaal de kans krijgen ict-vaardigheden te ontwikkelen. Specifiek voor kansarmen zou de regering moeten onderzoeken of er niet kan geïnvesteerd worden in een circuit voor tweedehands-pc’s en in de ondersteuning van de aanschaf van een pc voor mensen met een laag inkomen. Bron: Belga
Het kan een kwisvraag zijn: Maak een samenhangend geheel van de onderwerpen paardensport, het lied “De tegenpartij” van Clouseau en Hubert Janvier, de gedelegeerd bestuurder van ClearChannel België. Hier gaan we… (en ik hoef er niet eens moeite voor te doen
)
Niet alleen in de zakenwereld troeven andere landen ons vaak af, ook in de paardensport. Waar ligt dat aan? Ik heb niet de pretentie die vraag te beantwoorden voor het onderdeel ‘zakenwereld’, maar kan wel een goede gok wagen voor wat betreft de hippische sport. Kijken we naar Nederland of Duitsland, twee oppermachtige hippische landen. Eens in het buitenland zijn ze zelfzeker, doelgericht en trekken ze als een hechte groep aan één zeel; “Oranje boven!”, “Deutschland über alles!” Team(be)geest(ering)! Niks of slechts heel weinig van terug te vinden bij onze ‘Mannschaft’… Individualisme is in ons belgenlandje geen karaktertrek maar een levensstijl geworden. Jammer en bij momenten pijnlijk…
Dus omschrijft het lied “De tegenpartij” perfect wat ik bedoel. Oké, ik weet ook wel dat Koen & co. met dit lied hun pijlen richtten op onverdraagzaamheid en racisme. Maar laat die tekst nou ook toevallig naadloos passen in mijn kraam! “Kom, reik me je hand nu, want jij bent voor mij een medepartij.”
“…reik me je hand nu,…”, dat zegt ook Dhr. Hubert Janvier in een artikel (Trends, 3 juli) over affichage. Hij stelt dat het hun (CC België) morele plicht is, hun ‘job’, om hun klanten bij de hand te nemen en hen te begeleiden doorheen de wereld van hun ijzersterk medium. Inderdaad, mijnheer Janvier! Klopt als een bus! Wij blogden er hier ook al eerder over: of het nou gaat om digitale of klassieke mediavoorlichting, het is eenieders job de klant of prospect te sensibiliseren en te begeleiden, als het ware ‘op te voeden’ over alle mogelijkheden die op dit ogenblik geboden worden gaande van print tot en met web 2.0 toepassingen. Gewoon de boel door de strot van de klant rammen, geld geïncasseerd en doorrijden, neen die vlieger gaat niet meer op. Meer dan ooit hebben wij als marketers en communicatieverantwoordelijken een opvoedkundige, gidsende job!
Kom, reik me je hand nu…!
Uit het leven gegrepen:
Een werknemer van een klant belt naar hun extern IT-bedrijf met de dringende vraag voor hem een extra mailbox te willen aanmaken in zijn Outlook e-mailprogramma. “A.s.a.p. & z.s.m.!” U kent dat wel.
De IT-er start meteen, neemt online het scherm van de betreffende werknemer over en doet de nodige instellingen op zijn computer. Totale duur: 4,5 minuten. Kostprijs: nul. Verplaatsingskosten: nul.
Spottende, ietwat kritisch klinkende reactie aan de andere kant van de telefoon: “Amai, da’s wel gemakkelijk geld verdiend, zo vanuit uw luie stoel zulke dingen oplossen he?!”
Te goed … (en te snel) is ook niet goed! …
Op 23 juni blogden we reeds over mond-tot-mond en via-via.
Vandaag rollen er uit onze telex resultaten binnen over een recent onderzoek naar mond-tot-mond in de Verenigde Staten. Voorspelbare resultaten! O zo voorspelbaar…
Keller Fay Group (die niets anders doen dan het ‘fenomeen’ mond-tot-mond te observeren) en OMD (een media-agentschap) stellen vast dat in Amerika offline mond-tot-mond reclame heel wat beter scoort dan online mond-tot-mond. Met offline bedoelen ze de klassieke, letterlijke mond-tot-mond, de ene persoon vertelt goeds over iets of iemand aan de andere persoon. Bijvoorbeeld persoonlijke gesprekken, telefoongesprekken,… Onder online m-a-m verstaan ze ondermeer ‘chat’, ‘blogging’, e-mail,…
Offline verplettert online met 92% aandeel! ‘Face-to-face’ wordt ervaren als ‘erg geloofwaardig’.
Tuurlijk! Wat had je gedacht!? Er zijn firma’s, KMO’s, die zelfs geen (pro)actieve marketing noch communicatie nodig hebben omdat ze bijna hun volledige omzet (klanten) te danken hebben aan de ‘good, old’ mond-tot-mond reclame. Zoals we hier al eerder vermeldden: zo gaat het ook met de nieuwe media. De Belg surft, zoekt iets op en vervolgens print hij/zij het af. Een belangrijke e-mail alleen maar digitaal bewaren op PC? Nee hoor, hoeveel mensen zouden die ‘belangrijke’ mails ook afprinten, denk je? Heel wat!
Wat we voelen, zien, horen, bij voorkeur “live”, geloven we pas echt. En ‘geloven’ is gelijk aan ‘kopen’. Vanwaar komt anders het veelvuldig gebruik van de zin “Eerst zien en dan geloven!” denkt U? Online haalt die achterstand weldra in? … We zullen zien…
Leerkrachten worden, al naargelang voor welke leeftijd men later wenst les te geven, aangeleerd om zich in hun onderwijs te richten qua snelheid en inhoud op de zwakste schakel (leerling) en niet op de ‘primus’ in de klas. Net als Kanaal Z heeft ook Unizo nog nooit in de verste verte gehoord van deze regel.
Terwijl her en der resultaten worden gepubliceerd over de bedenkelijke tot soms ronduit slechte integratie van internet bij zowel gezinnen als bedrijven, vindt Unizo het nuttig en relevant om volgende aan te kondigen: “Om Vlaamse ondernemers te stimuleren een veilige, klantvriendelijke webwinkel te ontwikkelen, lanceerde UNIZO onlangs een e-commerce audit. Sites die aan de wettelijke vereisten en de voorwaarden inzake gebruiksgemak en veiligheid voldoen, ontvangen het UNIZO-e-commerce label. Dit geldt voor één jaar. De audit kost 350 euro (250 euro voor UNIZO-leden). Voor de blijvende opvolging en screening telt u jaarlijks 100 euro (50 euro voor leden) neer. Sites die gebouwd zijn door erkende webontwikkelaars, ontvangen automatisch het e-commercelabel.”
“Mijn God… Kan je nog wereldvreemder zijn…” en m’n tweede bedenking luidt: “Getver o getver, soms zit commercie toch mooi verpakt.” We moeten er eerst voor zorgen dat alle leerlingen in de klas kunnen tellen tot tien alvorens hen algoritmen aan te leren!!
Om het met de woorden van Directeur Thienpont uit de serie “De Collega’s” te zeggen: “Aaarg, iejl aaarg!”
Wist U dat de bank ING vreemde talen stimuleert bij de Vlaamse ondernemers-KMO’s?
Neen? Het is nochtans wel zo. De Vlaamse KMO die klant is bij ING ontving enkele weken terug een foldertje – uit het gamma www.ing.be/business – dat info geeft over SEPA. In het Chinees geschreven!
Eerst en vooral, wat is SEPA? Zeer kort en in ‘t Nederlands uitgelegd? Men wenst in de nabije toekomst in alle Europese landen de overschrijving te ‘uniformiseren’. De Europse overschrijving, zeg maar.
ING laat in haar folder duidelijk voelen dat het de taal van de KMO-er spreekt:
” Analyseer de gevolgen van SEPA op uw organisatie:
1. Houd rekening met alle elementen in de financiële keten: bedrijfsmatige en operationele processen, werkkapitaalbeheer, beheer van betalingen en liquiditeiten, beperking van risico’s,…
2. Richt ineffi ciënte processen opnieuw in (cash, cheques, wissels,…).
3. Analyseer het gebruik van uw Pan-Europese domiciliëringen via SEPA Direct Debit.
Bepaal hoe uw onderneming SEPA gaat aanpakken.
Wilt u uitsluitend SEPA-bestendig zijn of wilt u ook gebruikmaken van de mogelijkheden die SEPA biedt? Houd hierbij rekening met de nationale migratieplannen.
Bereid uw organisatie op alle niveaus voor op SEPA:
1. Marketing (nieuwe betaalinstrumenten <-> aan- en verkoopvoorwaarden)
2. Treasury (welke impact zal SDD hebben op de treasuryafdeling)
3. Administratie (invloed van bv. de terugboekingstermijnen)
4. Finance (rekeningenstructuur: binnen- en buitenland)
5. ICT (XML, CODA)Zet projecten op, wijs budgetten toe, benoem projectteams, bereid de migratie van overschrijvingen en domiciliëringen voor,…
Evalueer uw bankrekeningenstructuur en uw bankrelaties:
1. Heeft u alle bankrekeningen nog nodig?
2. Zijn de cashpoolings nog nuttig?
3. Welk effect heeft dit op de kredietlijnen?
Bovendien zullen door het gebruik van gestandaardiseerde formaten zoals XML de afhankelijkheid van banken afnemen.
Reserveer middelen
voor het doorvoeren van de noodzakelijke wijzigingen en voor het aanpassen van uw systemen.
Dat dergelijk taalgebruik wordt gestuurd naar de grotere bedrijven, ja tot daaraan toe. Maar kost het nou werkelijk zoveel geld om de communicatie naar de KKMO en KMO omtrent SEPA te doen in aparte communicatiekanalen en in het ‘Nederlands’? En ik die zo naïef was te denken dat hun slogan was “Verder durven gaan”?! …
We hadden het in eerdere ‘posts’ al over Facebook, een hoofdzakelijk ontspanningsgerichte, sociale netwerk website. Eén van de meest bekende, zakelijke netwerk websites is LinkedIn (www.linkedin.com).
Ieder geeft zijn/haar invulling in het gebruik van zulke dingen. Mij gaat het vooral om semi-automatisch gegevensbeheer van m’n contacten. Simpel gezegd: verandert iemand van adres/job/telefoonnummer/enz. en geeft die persoon dat in in zijn/haar LinkedIn-profiel, dan komen die nieuwe gegevens automatisch bij mij terecht via de LinkedIn nieuwspagina. Het enigste wat ik dan nog moet doen, is zijn/haar visitekaartje even opnieuw ‘downloaden’ en opslaan in m’n eigen Outlook, in m’n reeks van adreskaartjes. Vandaar dus: semi-automatisch. Waarschijnlijk verre van de meest ideale gebruikswijze.
Maar het ‘vervoegen’ van groepen, op LinkedIn, dat snap ik niet goed. Zal wel aan mij liggen, ongetwijfeld. Ja goed, de daad op zich begrijp ik uiteraard wel. Je bent bijvoorbeeld ijsverkoper en ‘vervoegt’ dus de LinkedIn-gemeenschap (oftewel groep) van ‘Europese ijskreem professionals’. Maar om het op z’n Mitterand’s te zeggen: “Et alors?!” Het officiële antwoord hierop luidt dan: “Je kan ervaringen delen, meningen uitwisselen, brainstormen, communiceren onder gelijkgezinde en/of gelijkgestemde professionals.” … “Et alors?!” Om dan nog te zwijgen over de grootte van die platforms. Wat vindt U bijv. van deze : European advertising professionals? Klinkt nog aannemelijk, zegt U? Ja, voor de Benelux marketing directeur van Procter & Gamble vermoedelijk wel ja. Maar voor een marketingverantwoordelijke van een KMO met 55 werknemers ook? Kom nou seg!
Zal ik effe tegen het zere been schoppen? Dat dient vaak maar één doel: ”Kijk eens mama: zonder handen!”. Pochen, stoeffen, ’showen’. Lucht maken zonder meer. Want iedere keer iemand een dergelijke groep vervoegt, komt dat in de nieuwspagina’s van alle met die ene persoon verbonden contacten. Het mooiste van al? Het zijn meestal ook net die personen die klagen dat ze “zo weinig tijd hebben, zulke lange uren kloppen en een vreselijk vermoeiende job hebben” die het grootst aantal ‘groups’ joinen… Want ‘tijd tekort hebben’ is ook ‘hot’ en chique!
Ik ga een ‘group’ starten: the European group joining lookalikes professionals.
Do join us! …
Temidden het nieuws dat me ook vandaag weer overspoelt, lees ik: “De Vlaamse regering bekijkt of ze domeinnamen eindigend op .vla kan laten registreren als alternatief voor de bestaande webadressen eindigend op .be. Dat heeft minister-president Kris Peeters (CD&V) gisteren laten weten aan Vlaams parlementslid Mark Demesmaeker (N-VA).”
Maingain zou stellen dat dit een pure daad van internetseparatisme en extensieracisme is? Dat drietal weerspannige Brusselse randburgemeesters (excusser voor deze laag bij de grondse maar o zo leuke schrijfspeling overigens) zou dit een daad van domeinnamenoorlog noemen? Veel kans toe.
Maar ligt U, ik, een Vlaming of een Waal hiervan echt wakker? Ik durf het te betwijfelen, weet U. Mijn mening als ik zoiets lees: trivialer kan haast niet!
Voor alle duidelijkheid, ik ben verre van radicaal, laat staan een separatist. Maar “BHV” splitsen en daarmee simpelweg de Wet toepassen, daar lukken we met z’n allen niet in. Echter troost o troost, want onze eigen extensie hebben we binnenkort wel! … … Waw…
“Ze zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse leeuw, zolang de leeuw kan surfen, zolang hij .vla heeft!…”